Team Brandonderzoek fotografie naslagwerk

Diafragma

Het diafragma is de opening in je lens.

Een klein diafragma: (bijv. f/11 - f/16) betekend een kleine opening van de lens. Alles van voor tot achter is scherp. Ideaal voor overzichtsfoto's van een ruimte. Voordeel: bijna alles in de foto is scherp. Nadeel: er komt minder licht binnen op de camera sensor

Een groot diafragma (bijv. f/3.5 - f/5) betekend een grote opening van de lens. De achtergrond wordt wazig. Handig om de focus te leggen op één specifiek detail of bewijsstuk. Voordeel: handig voor in donkere ruimtes omdat de lens veel licht doorlaat wat op de sensor valt. Nadeel: een klein deel van de foto is maar scherp

Sluitertijd

De tijd dat de sensor licht opvangt.

Korte sluitertijd (bijv. 1/500s): Bevriest beweging.

Lange sluitertijd (bijv. 1/30s of trager): Laat meer licht binnen, maar geeft risico op bewegingsonscherpte van een bewegend onderwerp of door beweging van de camera.

Tip: Omdat je vaak stilstaande objecten fotografeert, is 1/60s vaak de ondergrens bij fotograferen uit de hand. Wil je werken met langere sluitertijden om je ISO zo laag mogelijk te houden? Fotografeer dan van een statief.

ISO

De gevoeligheid van je sensor voor licht.

Zet deze instelling voor het gemak op automatisch. Nu hoef je enkel na te denken over het diafragma en de sluitertijd en de camera doet de rest. Op deze manier fotografeer je semi automatisch. Onthoud wel hoe lager de ISO hoe scherper de foto. ISO voegt namelijk ruis toe aan je foto en dat wil je zo min mogelijk.

Mocht je foto overbelicht zijn maar de ISO staat al op zijn laagste stand (100) verhoog dan je sluitertijd zodat er minder licht op de sensor valt of draai je diafragma verder dicht om minder licht door je lens te laten.

Fotografeer dus geen stil leven met een sluitertijd van 1/3000 en een ISO van 3200. Draai je sluitertijd dan naar beneden naar 1/125 zodat je ISO ook rustiger aan kan doen en netjes op bijv. 100 blijft voor een scherper beeld.

Flitsen

klinkt en ziet er intimiderend uit maar wees niet bang

Zet je flitser op TTL. Dit is de automatische stand van de flitser. Deze rekent per situatie zelf uit hoe krachtig hij moet flitsen voor een goed belichte foto. De diffuuskap welke je kan uitschuiven voor de flits kop is bedoeld om het flitslicht nog meer de ruimte in te spreiden.

Wel of niet flitsen?
Door te flitsen kan je je ISO met rust laten en deze vaak op zijn laagste stand (ISO 100) laten. Je krijgt nu zelfs in donkere situaties toch een haarscherp beeld. Wees niet bang voor ISO maar hou in de gaten dat deze niet te hoog wordt. Flitsen zou dan de uitkomst zijn.

Direct flitsen: flitser direct gericht op je onderwerp. Direct licht en harde schaduwen
Indirect flitsen: flitser richten op een licht vlak zoals een wit plafond. Dit plafond wordt nu je lichtbron welke je onderwerp verlicht. Grotere lichtbron betekent zachter licht.

Korte vuist regel omtrent flitsen en hoe je met je camera instellingen invloed hebt op het effect van je flits:

  • Sluitertijd controleert het omgevingslicht. Dus het licht wat van naturen in een ruimte aanwezig is​

  • Diafragma controleert de flitsbelichting op je onderwerp.​ Is je onderwerp te fel mingeflits terwijl je flitser op zijn laagste vermogen flits. Verklein dan je diafragma (groter getal).

  • ISO verhoogt/verlaagt gehele belichting van de foto. Zowel het omgevingslicht als het flitslicht

De standknop

Camera instellen

Controleer je Histogram

Het schermpje van de camera kan bedrieglijk zijn, zeker in een donkere omgeving (het lijkt al snel goed).

  • Bekijk na de foto het histogram (het grafiekje).

  • Zorg dat de 'berg' niet helemaal links (te zwart/geen detail) of helemaal rechts (te wit/overbelicht) staat. Dit is je enige echte garantie dat de belichting klopt.

Je kan de histogram zien voordat je de foto afdrukt door op de achterkant van de camera op de knop DISP de drukken. Je krijgt nu een aantal scherm opties een eentje daarvan is met het live histogram in beeld. Ook kan je de histogram zien van een gemaakte foto door pijltje omhoog te drukken op de selecteer aan de achterzijde aan de camera als je in de weergaven modes zit (dus de foto terugziet op het scherm). Je ziet hier ook de instellingen van de gemaakte foto.

Opdrachten